Klauwgezondheid

Op goede klauwen kun je bouwen

De klauwen zijn de basis voor het goed functioneren van de koe. Wanneer de koe zere klauwen heeft zal ze minder lopen. Ze gaat hierdoor minder vaak eten waardoor de weerstand, activiteit (denk aan tochtigheid) en melkproductie daalt. Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op klauwgezondheid: huisvesting, klimaat, voeding, infecties en stofwisseling. De veehouder heeft hierin een belangrijke rol.

Veel voorkomende klauwproblemen zijn:

  • Bevangenheid
  • Mortellaro
  • Tussenklauwontsteking
  • Stinkpoot
  • Zoolzweer, wittelijndefecten

Stinkpoot

Bacteriën tasten het zachte hoorn van het balgebied aan. Dit gebeurt vooral in vochtige omgeving. De bacteriën zitten meestal in de tussenklauwspleet. Hier ontstaan groefjes, prut en korsten. De buitenklauw gaat hierdoor vaak harder groeien. Weidegang werkt genezend. Verlaag de infectiedruk door het functioneel bekappen van geinfecteerde poten. Formaline zorgt voor verharding van het klauwhoorn. Door een stinkpootinfectie (soms ook tussenklauwontsteking) kan een tyloom ontstaan. Dit is een woekering van de huid in de tussenklauwspleet.

Mortellaro

De exacte verwekker van Mortellaro is nog steeds niet bekend. Mortellaro uit zich in ontstekingsplekjes op de kroonrand, rond de hele klauw en soms ook op de bijklauwtjes. Het kan ook voorkomen in de tussenklauwspleet. Mortellaro is erg pijnlijk voor de koe. Behandeling van Mortellaro is als volgt: eerst de klauw bekappen. Maak de aangetaste plek schoon en droog. Behandel deze met antibacteriële spray. Dit moet goed inwerken. Vervolgens verbinden en intapen met zelfklevend elastisch verband. Na drie dagen moet de plek gecontroleerd worden en de behandeling zo nodig worden herhaald. Preventief kan Mortellaro tegengegaan worden door de infectiedruk te verlagen. Aangetaste klauwen moeten behandeld worden. Het is ook belangrijk stinkpoot te bestrijden omdat Mortellaro hier vaak in aansluiting optreedt. Verder zijn veeaankopen vaak oorzaak van het binnen slepen van Mortellaro.

Tussenklauwontsteking

Tussenklauwontsteking is bekend onder meerdere namen: haarworm, kleipoot, krepvoet, spreeuw en slakkenpoot. Het wordt veroorzaakt door de bacteriën F. necroforum en A. pyogenes. Het bindweefsel van de ondervoet gaat (symmetrisch) ontsteken. Een koe met tussenklauwontsteking moet zo snel mogelijk worden behandeld met antibiotica (injecties). Preventief moet er voor gezorgd worden dat klauwen de huid boven de klauwen niet kan beschadigen. Zweren en beschadigingen vormen een toegangspoort voor infecties. Ook hier is het van belang stinkpootinfecties te bestrijden en behandelen.

Zoolzweer, wittelijndefecten

Zoolzweren en wittelijndefecten volgen op klauwkneuzingen, -bloedingen en klauwbevangenheid. Dit kan door een piekbelasting komen: een steentje, kort draaien en afzetten. Een continubelasting kan ook: harde vloer, te veel staan of een verkeerde klauwstand. Een goede klauwkwaliteit is erg belangrijk (denk aan bevangenheid en stinkpoot). Dieren moeten functioneel bekapt worden.

Bevangenheid

Er zijn drie soorten bevangenheid; acute, subacute en chronische bevangenheid. Bevangenheid gaat samen met kreupelheid. Acute bevangenheid wordt veroorzaakt door (gif)stoffen in de bloedbaan. Deze tasten de aanhechtingslaag van het klauwhoorn aan. Hierdoor laat het zoolhoorn los van het leven. Subacute bevangenheid: ontstaat meestal ten gevolge van subactue pensverzuring. Hierdoor raken bloedvaten in de klauwen beschadigd waardoor bloed en vocht uit de vaten in de lederhuid treedt. Dit heeft kreupelheid tot gevolg. Bloedsporen in het klauwhoorn wijzen op doorgemaakte subacute bevangenheid. Dit kan komen door verschillende oorzaken, bijvoorbeeld door foutieve voeding. Chronische bevangenheid is het ontstaan van een kromming in de hoornwand waardoor de klauwpunt omhoog wipt en de klauw langer wordt.