Injectietechnieken

Om een optimaal effect te krijgen van toegediende medicijnen, moeten ze op de juiste manier worden toegediend. Ten eerste is het belangrijk om de bijsluiter goed te volgen. Op bijsluiters staan soms onduidelijke termen of afkortingen betreffende het toedienen van medicijnen. Daarom wordt hier in het kort een aantal injectietechnieken beschreven.

Parenterale toediening van een medicijn is het toedienen van medicijnen per injectie. Injecties kunnen op verschillende plaatsen worden toegediend. De belangrijkste zijn:

  • Subcutaan (s.c.). Dit betekent het onderhuids toedienen van medicijnen. Let op de maximale hoeveelheid per injectieplaats. Wanneer deze hoeveelheid wordt overschreden, veroorzaakt dit weefselirritatie wat een nadelig effect heeft op de opname van het medicijn. Neem een huidplooi op en prik de naald er (loodrecht op deze plooi) door de huid heen. De injectienaald moet onder de huid beweegbaar zijn, wanneer dit niet het geval is, bestaat de kans er dat er in de huid wordt geïnjecteerd.
  • Intra musculair (i.m.). Dit betekent het toedienen van medicijnen in de spieren. Dit kan bijvoorbeeld in de nek, voorborst of dijspier. Ook bij het i.m. toedienen is het belangrijk om voor het leegspuiten van de spuit eerst te aspireren (de zuiger terug te trekken) om te kijken of er geen bloedvat is geraakt.
  • Intraveneus(i.v.). Dit is het in de bloedbaan toedienen van medicijnen. Dit mag, met uitzondering van het calciummagnesiuminfuus, alleen door de dierenarts worden gedaan. Wanneer er een calciummagnesiuminfuus wordt toegediend is het belangrijk in de schuine kant van de naald te kijken omdat zo voorkomen wordt dat injectievloeistof de naald niet uit kan of de wand van het bloedvat wordt beschadigd. Ook moet tijdens het geven van het infuus gecontroleerd worden of de naald nog in het bloedvat zit. Dit kan door de infuusfles lager te houden waardoor het bloed (als het goed is) de infuusslang instroomt. Het infuus mag niet te snel gegeven worden.

 

Het is altijd heel belangrijk om steriele spuiten en naalden te gebruiken. Een scherpe naald heeft niet alleen als voordeel dat het dier makkelijker is te prikken, maar ook dat er minder beschadiging van het weefsel optreed. Wanneer er weefselbeschadiging is heeft dit nadelige invloed op de werking en/of opname van het medicijn. Gebruik dus te allen tijde een scherpe naald. Wanneer een injectie wordt gegeven, is het goed altijd in de schuine kant van de naald te kijken.