De normale geboorte

De normale geboorteDe geboorte wordt verdeeld in 4 verschillende fasen:

  1. Voorbereidingsfase
  2. Ontsluitingsfase
  3. Uitdrijvingsfase
  4. Nageboortefase

De voorbereidingsfase is te herkennen aan een aantal kenmerken:

  • Veranderingen aan de uier. Bij koeien begint het opuieren ongeveer 4 weken voor het kalven. Bij drachtige pinken gebeurt dit eigenlijk al vanaf de 4e maand. Het zogenaamde “volschieten” gebeurt 0-12 uur voor de geboorte.
  • Verslappen van de bekkenbanden. Het verslappen en verlengen van de banden begint 10-14 dagen voor de geboorte. Op 6-18 uur voor het kalven zijn de banden vrijwel geheel verslapt.
  • Invallen van de flanken en doorzakken van de lendenen. Hierdoor wordt het bekken als het ware wat beweeglijker. Koeien kunnen hierdoor een onvaste gang hebben.
  • Vulvazwelling en -uitvloeiing. De uitvloeiing ontstaat doordat de beschermende slijmprop (die voor de baarmoedermond zit) langzaam vervloeit.
  • Verandering in de lichaamstemperatuur. In de meeste gevallen daalt de lichaamstemperatuur tot 1 graad Celcius 12-24 uur voor het kalven.
  • Oedeemvorming ofwel “zucht”. Zit meestal onder de uierhuid en/of vlaak voor de uieraanhechting. Bij vaarzen is dit vaak een groter probleem dan bij koeien.
  • Bij rectaal onderzoek is de verslapping van de baarmoedermond goed te voelen. Op 24 uur voor het kalven is de baarmoedermond vaak helemaal niet meer te voelen.
  • In de ontsluitingsfase worden, onder invloed van de baarmoedersamentrekkingen, de baarmoedermond geopend en bijgedragen aan de draaiing en strekking van het kalf. In deze fase zal de koe regelmatig willen gaan staan en liggen. het is namelijk zo dat in de meeste gevallen het kalf in zijligging in de koe ligt met de rug naar de rechterzijde van de koe. Voor een optimale ontsluiting en uitdrijving is het van belang dat het kalf in borst- buikligging komt te liggen. Doordat de koe steeds zal gaan staan en liggen, zal het kalf dus de goede kant op “gedrukt” worden. Om dit proces zo optimaal te laten verlopen, is het dus van belang dat de koe de ruimte heeft en op een stroeve, zachte bodem staat. De meeste koeien zullen uiteindelijk liggend op de rechterzijde afkalven.

Een levend kalf is actief betrokken bij dit proces van het aannemen van de juiste geboortehouding. Vandaar dat de geboorte van een dood kalf vaak veel moeizamer gaat. In 90% van de gevallen komt de waterblaas als eerste naar buiten (in 10% van de geboortes komt de waterblaas direct na het kalf naar buiten). Deze waterblaas zorgt voor de verdere oprekking van de baarmoedermond en de weke geboorteweg. Wanneer de waterblaas in het bekken komt, treedt er ook een (zwakke) buikpers op. In het ideale geval komt de waterblaas in zijn geheel naar buiten. Het komt wel eens voor dat de waterblaas al in de bekkenholte knapt door een (te) hoge druk. De oprekking van de geboorteweg is dan dus niet optimaal verlopen. Wanneer de waterblaas eruit is, treedt er even geen buikpers meer op. De ontsluitingsfase gaat nu over in de uitdrijvingsfase.

De normale ontsluitingsfase duurt bij koeien 2-6 uur en bij vaarzen 4-12 uur.

In de uitdrijvingsfase zullen de voorpoten en de kop de bekkeningang passeren (intreden), zodra het kalf gedraaid en gestrekt is. Zodra de kop in de bekkenholte ligt, wordt de buikpers krachtiger (door de druk van de kop in het bekken) en ontstaan de persweeen. De uitdrijving duurt bij koeien 1-4 uur en bij vaarzen 2-6 uur. Bij vaarzen duurt het gemiddeld langer, omdat: 1. Het kalf in verhouding tot de geboorteweg gemiddeld groter is. 2. De weke geboorteweg moeilijker en trager oprekt. 3. Vaarzen onrustiger/angstiger zijn.

Bij een stuitligging (“achter eerst”)

  • De draaiing van het kalf verloopt veel moeilijker, onder andere omdat het achterstel zwaarder is dan de kop.
  • De strekking van het kalf verloopt moeilijker, omdat de strekking van de achterpoten een “minder natuurlijke” beweging is.
  • De omvang van de achterpoten is veel minder dan de omvang van de voorpoten met kop. De weke geboorteweg wordt dus minder goed opgerekt.
  • De navelstreng van het kalf is kort. Het kan dus gebeuren dat de navelstreng al afbreekt, terwijl de kop van het kalf nog in de koe zit. Het kalf gaat (als reflex) ademhalingsbewegingen maken, waardoor er vruchtwater in de longen komt. Hierdoor komt de ademhaling na de geboorte slecht op gang en is er grotere kans op longontsteking.
  • De navelstreng kan om de achterpoten heen geslagen zitten. Hierdoor breekt de navelstreng nog eerder af en zijn bovenstaande problemen nog evidenter.