Salmonella

Salmonellose wordt door de Salmonellabacterie veroorzaakt. In Nederland is ongeveer 5% van de rundvee(bedrijven) besmet. Symptomen van een Salmonellabesmetting bij rundvee zijn: hoge koorts, diarree, verwerpen en gewrichts- en longontsteking. Salmonellose is een zooönose; ook mensen kunnen besmet raken met Salmonella. Bij gezonde mensen leidt dit meestal niet tot ernstig problemen, maar bij de ‘YOPI’s’ (jong, oud, zwanger en immuundeficiënte mensen) kan een Salmonellabesmetting in ernstige gevallen zelfs fataal aflopen. Overdracht van dier op mens kan komen door het eten van bv. rauw vlees, rauwe melk en onvoldoende verhitte eieren of door dierlijk contact (dit laatste komt slechts in enkele gevallen voor, meestal bij veehouders). Besmetting van de mens door rundvee vindt bijna altijd via mest(deeltjes) plaats.

Salmonellose bij rundvee is geen ziekte die eenvoudig is op te sporen. Ook is de oorsprong van de besmetting vaak moeilijk te achterhalen. Tegenwoordig stellen de melkfabrieken hun melkleveranciers verplicht om op hun melkveebedrijven het voorkomen van Salmonellose te monitoren aan de hand van een terugkerend tankmelkonderzoek (drie maal per jaar). Doordat er resistente Salmonellabacteriestammen zijn is het, in het kader van de volksgezondheid, erg belangrijk om de ziekte op een juiste manier te bestrijden en in de toekomst te voorkomen.

De Salmonellabacterie is bekend onder verschillende namen (serotypen) en komt bij meerdere diersoorten voor, zoals kippen, varkens, reptielen en huisdieren. Het meest bekende serotype bij runderen is de Salmonella dublin, maar ook Salmonella thyphimurium speelt een rol. Op 80% van de met Salmonella besmette bedrijven komen geen symptomen van de besmetting voor. Maar dat betekent niet dat er geen besmetting is. Salmonella is een bacterie die veel financiële schade kan veroorzaken. Allereerst is dit de schade op het bedrijf: verwerpers, afvoer van dieren, sterfte, dierenartskosten en verminderde productie. Daarnaast zijn er risco’s voor het gezin, de volksgezondheid en de afzetmarkten voor zuivel.

Besmetting van rundvee vindt voornamelijk plaats via mest. Besmette dieren groeien over het algemeen over de besmetting heen. Ze zijn soms een paar dagen ziek en maken antistoffen tegen Salmonella. Deze antistoffen raken ze overigens na verloop van tijd weer kwijt. Andere dieren worden echter drager. Dit zijn de dieren die de Salmonellabacterie uitscheiden en zo de salmonellabesmetting in stand houden. Hierin zijn twee groepen te onderscheiden: de actieve dragers en latente dragers. De actieve dragers scheiden continu Salmonellabacteriën uit in de mest en hebben langdurig (>8 maand) antistoffen tegen Salmonella in het bloed. Daarnaast is er de groep van de latente dragers. Deze groep is weliswaar kleiner dan de actieve dragers, maar veel moelijker op te sporen. Ze scheiden af en toe Salmonellabacteriën uit in de mest en hebben levenslang antistoffen in het bloed.

Aanvoer van mest (incl. mest van andere diersoorten) op het land of in de mestkelder/-silo, mest in oppervlaktewater, koemelk, schoeisel van bezoekers en poten van huisdieren/ongedierte behoren tot de risicofactoren voor insleep van Salmonella. Diercontact tussen verschillende leeftijdsgroepen en verstrekken van zoete melk is af te raden om zo de verspreiding van dierziekten, zoals Salmonellose, tegen te gaan. Daarnaast is bekend dat andere ziekten als BVD en leverbot de weg vrij maken voor Salmonella. Wanneer deze ziekten op een bedrijf voorkomen is de kans op een Salmonellabesmetting groter. Uit onderzoek is gebleken dat bij besmette bedrijven het nemen van preventieve maatregelen om Salmonellabesmettingen te voorkomen al meer dan 50% kans geeft om Salmonella buiten de deur te houden! Het is dus belangrijk om, eventueel samen met de bedrijfseigen dierenarts, een risicoanalyse te maken van uw bedrijf om Salmonellabesmetting te voorkomen.

Wanneer er tijdens de verplichte tankmelkonderzoeken meer dan twee positieve tanken op Salmonella zijn gevonden moeten er verplicht maatregelen getroffen worden. Het is in dat geval verplicht om een workshop Salmonella bij een geborgde en daarvoor gecertificeerde dierenarts te volgen of om aan het Salmonella-vrij abonnement van de Gezondheids Dienst deel te nemen. Mocht de workshop al eerder gevolgd zijn uit interesse dan is dit voldoende. Is er vervolgens weer een positieve tank op Salmonella-antistoffen dan moet er, in overleg met een geborgde en gecertificeerde dierenarts, een plan van aanpak worden gemaakt om de op het bedrijf met Salmonella geïnfecteerde dieren op te sporen en af te voeren en in de toekomst een Salmonellabesmetting te voorkomen. Dit plan van aanpak moet na opstellen opgestuurd worden naar Qlip, evenals direct na het afronden van de in het plan van aanpak gestelde maatregelen en afvoer van besmette dieren (incl. data van afvoer etc.). De met Salmonella besmette dieren worden opgespoord door middel van bloedonderzoek. Dieren die antistoffen in het bloed hebben kunnen recent besmet óf drager zijn. Daarom wordt dit bloedonderzoek na 8 maanden herhaald. Dieren die geen antistoffen meer hebben, waren tijdens het vorige onderzoek recent besmet. Dieren die bij het vervolgonderzoek nog steeds antistoffen in het bloed hebben, zijn zeer waarschijnlijk drager. Door de mest te onderzoeken kan dit bevestigd worden.