Bovine Virus Diarree (BVD)

Dragers

BVD is een virus wat zich onderscheidt van andere virussen, doordat er zogenaamde “dragers” voorkomen. Dragers zijn dieren die geïnfecteerd zijn op het moment dat ze nog in de baarmoeder zaten. Tijdens deze specifieke periode wordt het afweersysteem van de foetus opgebouwd. Wanneer de foetus tijdens deze periode geïnfecteerd wordt, herkent het afweersysteem niet dat dit virus kwaadaardig is. Het foetale afweersysteem ziet dit virus dus als lichaamseigen en zal dus nooit antistoffen tegen dit virus gaan maken. Dragers zullen dus hun hele leven lang virus blijven dragen en uitscheiden. Deze dragers zullen dus altijd infectieus blijven voor andere (volwassen) dieren. Dragers gaan meestal voor hun derde levensjaar dood. Een enkele drager blijft langer leven en komt zo in de melkveekoppel. Een kalf van zo’n koe is ook altijd een dragerkalf.

Symptomen bij infectie van gezonde dieren

De verschijnselen van BVD zijn heel divers. De naam doet vermoeden dat diarree een belangrijk symptoom is, maar dat is vaak niet het geval. Wat de symptomen kunnen zijn:

  • vruchtbaarheidsproblemen,
  • abortus,
  • celgetalproblemen,
  • productiedaling,
  • onderdrukking van het immuunsysteem
  • soms ook diarree.

Symptomen bij dragers van het BVD virus

  • vaak kleinere dieren met een krullerige vacht,
  • soms ook blindheid,
  • zwakke kalveren,
  • slecht immuunsysteem waardoor ze sneller longontsteking en diarree enz. krijgen.
  • Vaak gaan ze voor het derde levensjaar dood aan “mucosal disease” (MD).

Quickscan

Via de quickscan van de GD kunt u in kaart brengen of er ook BVD bij u op het bedrijf speelt. Hierin worden drie zaken bepaald:

  1. Antistoffen in de tankmelk
  2. Virus in de tankmelk
  3. Antistoffen bij het jongvee

Bij virus in de tank heeft u een drager van het virus in de melkveekoppel lopen. Bij antistoffen in de tankmelk heeft één of meer van de melkkoeien ooit een infectie met BVD gehad en is dit te boven gekomen door het eigen (gezonde) afweersysteem. Bij antistoffen bij het jongvee zijn deze dieren ooit geïnfecteerd met BVD en zijn deze infectie te boven gekomen met hun eigen (gezonde) afweersysteem. Wanneer er antistoffen bij het jongvee zijn, loopt er zeer waarschijnlijk een drager tussen het jongvee.

Wat te doen wanneer er waarschijnlijk één of meer dragers op uw bedrijf rondlopen?

  • Optie 1. Individueel bloedonderzoek en de dragers opruimen. Dit bloedonderzoek moet u blijven volhouden totdat ook alle drachtige dieren gekalfd hebben, want uit deze drachtige dieren kunnen ook weer dragers geboren worden
  • Optie 2. Vaccineren, waardoor de foetussen beschermd worden tegen infectie en er dus geen dragers geboren worden.
  • Optie 3. Combinatie van optie 1 + optie 2.

De meeste veiligheid wordt geboden bij optie 3.
De basisvaccinatie bestaat uit twee entingen met een tussenperiode van vier weken bij dieren van 8 maanden leeftijd en ouder. Hierna ieder half jaar een herhalingsenting.