Algemene verzorging

Algemene verzorging

Huisvesting

De meeste mensen houden hun hond binnenshuis. Het is belangrijk dat de hond in huis een eigen plaats heeft. Op deze plaats kan hij zich terugtrekken en voelt hij zich veilig. Let er bij het kiezen van zo’n plaats op dat deze niet in de zon en niet vlak bij de centrale verwarming ligt. Ook is het van belang dat de hond, ook als hij op zijn plaats ligt, deel uitmaakt van het gezinsleven. Een hond is immers een sociaal dier. Leg hem dus bijvoorbeeld niet in de schuur of de bijkeuken. Als ‘bed’ kan een mand (liefst van plastic, dat is wel zo hygiënisch), een kleed of een matras dienst doen. Het is noodzakelijk het bed regelmatig te reinigen. Voor pups kan een bench goede diensten bewijzen. Als hij in zijn bench zit kan hij in huis niets kapot maken. Bovendien ervaart een pup zijn bench vaak als een veilige plaats. De bench moet dan uiteraard niet gebruikt worden om de pup ergens voor te straffen.

Eet- en drinkbakken

Het beste voldoen bakken van roestvrij staal of geglazuurd steen. Deze zijn reuk- en smaakloos, stevig en goed te reinigen. Voor grote honden kunnen de bakken beter in een standaard geplaatst worden. Zo'n standaard is ook goed voor honden met rug- en nekklachten.

Huid en vacht

De huid van een hond moet glad en soepel zijn. Er mogen geen grote hoeveelheden schilfers aanwezig zijn. Ook hoort de huid niet te stinken en mogen er geen parasieten op zitten. Een normale huid varieert in kleur van roze tot bruin of zwart.Ook een gevlekte huid (pigmentvlekken) komt voor.

De vacht weerspiegelt de gezondheid van de hond. Door de vacht regelmatig te borstelen of te kammen verwijder je vuil, huidschilfers en dood haar. Dit zijn niet de enige voordelen. Ook wordt zo de huid gemasseerd, de doorbloeding gestimuleerd, de talg wordt beter over de vacht verdeeld en u bevestigt nogmaals uw ranghogere positie ten opzichte van de hond. Kortharige en ruwharige honden moeten 1 à 2 keer per week geborsteld of gekamd worden met een rubberen borstel. Honden met een langharige vacht hebben een dagelijkse borstelbeurt nodig. Hiervoor kan het beste een haren borstel gebruikt worden. Voor honden met een krullende vacht gebruikt u een borstel met metalen haakjes.

Honden hoeven vrijwel nooit gewassen te worden. Alleen als de vacht heel erg vies is mag de hond in bad. Gebruik dan wel een speciale hondenshampoo! De hondenhuid heeft namelijk een andere zuurgraad dan die van de mens. Bij huidaandoeningen kan het nodig zijn om de hond met een medicinale shampoo te wassen.

Nagels

Bij honden die veel op straat lopen en zo hun nagels goed slijten hoeven de nagels niet geknipt te worden. Van honden die weinig buiten komen of alleen op een zachte ondergrond lopen moeten de nagels regelmatig gecontroleerd en bijgeknipt worden. Bij lichtgekleurde nagels is meestal goed te zien tot waar ‘het leven’ loopt. Bij zwarte nagels is echter niet te zien hoeveel er vanaf kan. Wees dus voorzichtig, want na één keer verkeerd knippen zal de hond zich nog wel een keer bedenken voordat hij u weer met een tang in de buurt van zijn poten laat komen. Laat bij twijfel de dierenarts of paraveterinair het karweitje opknappen. Speciale aandacht verdienen de zogenaamde ‘duimpjes’ die zich aan de binnenzijde van de voorpoten bevinden. Deze nagels komen nooit in aanraking met de grond en moeten dus regelmatig geknipt worden omdat ze anders de poot in kunnen groeien. Dit kan een nare ontsteking tot gevolg hebben.

Sommige honden hebben hubertusklauwtjes (ook wolfsklauwtjes genoemd) aan de binnenzijde van de achterpoten. Rassen als de briard, beauceron en pyrenese berghond hebben deze wolfsklauwtjes zelfs dubbel. Bij diverse rassen kan dit voorkomen. Mocht een hond hier last van krijgen en ermee overal achter blijven haken, dan kunnen ze zonodig door de dierenarts verwijderd worden.

Ogen

De ogen van de hond moeten glanzend en vochtig zijn, zonder uitvloeiing. Komt er pus uit de ogen dan is er sprake van een ontsteking. De viezigheid mag u met een in lauw water gedrenkt gaasje uit de ooghoeken verwijderen. Beweeg het gaasje daarbij in de richting van de neus. De ontsteking zelf moet door de dierenarts behandeld worden als dit binnen een week niet vanzelf overgaat.

Oren

Controleer regelmatig of de oren van uw hond schoon zijn en niet stinken. Honden met zware, hangende oren zijn extra gevoelig voor oorontsteking. Vieze oorschelpen kunnen met een watje schoongemaakt worden. Ga NOOIT met een wattenstaafje in het oor. Hiermee drukt u het vuil alleen maar verder naar beneden. Een veelvoorkomende ooraandoening bij pups is oormijt. Oormijten zijn kleine witte spinachtige insectjes. Ze veroorzaken hevige jeuk, het oor zelf stinkt, en in het oor is een overmaat aan bruinzwart, korrelig oorsmeer te zien. Een oormijtinfectie moet door de dierenarts behandeld worden.

Gebit

Op de leeftijd van 6 weken is het melkgebit van de hond compleet. Als hij 3,5 maand oud is, begint hij met wisselen en op een leeftijd van 6 tot 7 maanden heeft de hond zijn volledige blijvende gebit. Controleer de hond tot die tijd regelmatig op dubbele elementen (tanden en kiezen). Vooral melkhoektanden blijven nog wel eens zitten. Deze zullen dan door de dierenarts verwijderd moeten worden. Dit om te voorkomen dat de blijvende tanden verkeerd gaan groeien.

De mondholte en het gebit van de hond moeten regelmatig gecontroleerd worden om aandoeningen tijdig op het spoor te komen. Leer uw puppy dan ook zo vroeg mogelijk zijn gebit te tonen (kijk ook eens op www.dierengebit.nl voor nuttige tips en informatie). Begin met het aanraken van de snuit. Daarna kunt u proberen zijn lippen op te tillen. Laat hij ook dit toe, dan kunt u voorzichtig de buitenkant van het gebit van voor naar achter bekijken. Voor verdere inspectie kunt u zijn bek openen door met de duim achter de hoektand langs op het gehemelte te drukken. U kunt nu in de bek kijken. Niet bij elke hond lukt dit allemaal meteen. Neem dus de tijd en oefen elke dag even. Beloon als het goed gaat.

Wanneer uw pup een onderzoek van de mondholte eenmaal toestaat, is het aanleren van tanden poetsen de volgende stap. Allereerst moet u met uw vingers aan de buitenkant over de wang strijken. Staat de hond dit toe, dan doet u hetzelfde aan de binnenzijde: eerst met de blote vingers, vervolgens met een vochtig gemaakt gaasje of een klein doekje. Als de hond aan deze 2 dingen gewend is, kunt u gebruikmaken van een zachte tandenborstel. U kunt in plaats van met water ook met tandpasta poetsen. Gebruik dan wel een speciale hondentandpasta! Tandpasta voor mensen bevat namelijk veel fluoride, en omdat honden de tandpasta doorslikken is dat erg slecht voor hun maag. Stop tijdens het poetsen steeds even als er sprake is van een overvloedige speekselvloed of als één zijde gedaan is. Het speeksel even laten inslikken en in het begin niet forceren. De hond goed belonen als de behandeling klaar is!

Uit onderzoek is gebleken dat 3 maal per week tanden poetsen voldoende is. Bij sommige rassen (vooral de kleine rassen) is dagelijks poetsen beter. Er zijn honden die deze behandelingen niet of moeilijk zullen toestaan. Een regelmatige behandeling door de dierenarts kan dan noodzakelijk zijn.

Lees meer over het gebit en veel voorkomende gebitsproblemen.


Stel ons een vraag


Stel ons een vraag of maak een afspraak

info@dgcdenieuwehanze.nl