Castreren, steriliseren en hormoonimplantaten

Castreren, steriliseren en hormoonimplantaten

Het mannetje en castratie

Mannelijke fretten (‘rammen’) hebben een penis onder de buik, op ‘navelhoogte’. Deze is verborgen in een soort zakje. In de penis is het penisbotje in een J-vorm goed voelbaar. Dit ‘haakje’ kan soms achter de tralies van de kooi blijven hangen, wat zeer pijnlijk is. Tijdens het bronstseizoen zijn de testikels goed zichtbaar als 2 flinke knikkers gelegen net onder de anus. Buiten dit seizoen zijn de testikels veel kleiner en meer ter grootte van een erwt.

Waarom castreren?

Een mannetje, waar niet mee wordt gefokt, kan meestal het beste worden gecastreerd. Castratie maakt ze makkelijker in de omgang en verminderd de karakteristieke geur. Indien een mannetje bij een andere fret(ten) wordt gehouden, is castratie een noodzaak.

Mannetjes waar niet mee gefokt wordt, kunnen het beste op 5-8 maanden gecastreerd worden. Regelmatig komt het voor dat er maar 1 testikel is afgedaald. Dit heet met een mooi woord cryptorchisme. Een fret heeft echter altijd 2 testikels. De andere bal zit dan nog in de buik, bij het lieskanaal of voor de balzak. Het heeft geen enkele zin om met een castratie slechts de afgedaalde bal te laten verwijderen.

Een heel enkele keer zijn beide testikels niet afgedaald. Indien de niet afgedaalde testikel(s) zich niet in de buik maar tussen het lieskanaal en de balzak bevinden, kan behalve voor een chirurgische castratie ook voor een implantaat worden gekozen.

Het vrouwtje en sterilisatie

De geslachtsopening (vulva) van het vrouwtje (moertje) ligt onder de anus. Tijdens het bronstseizoen (de loopsheid) zijn de vulvalippen sterk gezwollen en lijkt de vulva op een koffieboon of bij langdurige loopsheid nog wel groter.

Bij een loops vrouwtje zwelt de vulva onder invloed van vrouwelijke hormonen op tot een flinke koffieboon. Als het vrouwtje niet gedekt wordt, blijft zij gedurende het gehele bronstseizoen (6 maanden) loops. De eisprong, waardoor de loopsheid eindigt en normaliter een zwangerschap begint, treedt namelijk pas op na een dekking. Als een fretje niet gedekt wordt, veroorzaken de hoge vrouwelijke hormoonspiegels voor een verminderde functie van het beenmerg (beenmergdepressie). Daar kan de fret erg ziek van worden en zelfs aan overlijden!

Waarom sterilisatie?

Vrouwtjes waar niet mee gefokt wordt, kunnen gesteriliseerd worden. Als vrouwtjes te lang loops blijven, bestaat het risico op beenmergdepressie met een mogelijke fatale afloop. Bij een sterilisatie worden beide eierstokken verwijderd

Vrouwtjes worden loops in het voorjaar volgend op hun geboorte. Dat is op 4 tot 10 maanden leeftijd. Het natuurlijke bronstseizoen is van maart tot september, maar sommige vrouwtjes worden eerder loops. Een vroege loopsheid ontstaat vooral bij dieren die gehuisvest zijn met veel kunstmatig licht.

De sterilisatie kan het beste vóór of in het begin van de loopsheid worden uitgevoerd. Normaliter gebeurt het vanaf 6 maanden leeftijd.

Hormoonimplantaten: een goed alternatief voor castratie en sterilisatie

De Universiteitskliniek in Utrecht is al enige tijd bezig met onderzoek naar bijniertumoren bij fretten en de mogelijkheid om deze te voorkomen. Uit eerder onderzoek is naar voren gekomen dat castratie of sterilisatie mogelijk een rol spelen bij het ontstaan van bijniertumoren op latere leeftijd. Daarom is er gezocht naar alternatieven voor chirurgische castratie en sterilisatie.

Hormoonimplantaten als deslorelin (Suprelorin®) bleken heel goed te voldoen. Deze implantaten onderdrukken (tijdelijk) de afgifte van geslachtshormonen. Het gedrag en de geur veranderen hetzelfde als bij een chirurgische castratie/sterilisatie. Vrouwtjes worden niet meer loops en hebben daardoor ook geen last van beenmergdepressie. Mannetjes en vrouwtjes zijn niet meer bronstig of vruchtbaar. Beide vertonen minder territoriaal gedrag en kunnen meestal weer met andere fretten spelen. Je kunt het zien als een ‘chemische’ castratie/sterilisatie.

Het middel heeft weinig bijwerkingen. Er zijn twee soorten op de markt. Het “kleine” implantaat werkt ongeveer 2 jaar. Het “grote” implantaat ongeveer 3-4 jaar. Een implantaat is eenvoudig toe te dienen. Dit kan zonder narcose. Het is vergelijkbaar met het plaatsen van een identiteitschip.

Implantaten kunnen vanaf 3-4 maanden leeftijd geplaatst worden. Bij mannetjes wachten we meestal tot ze duidelijk seksueel gedrag gaan vertonen.

Voordelen van een implantaat:

We hopen dat deze geïmplanteerde fretten op latere leeftijd minder kans hebben op het ontstaan van bijnierproblemen. Het onderzoek is nog gaande dus we hebben nog geen harde bewijzen.
Er is geen operatie en narcose nodig. Dit is vooral belangrijk bij verzwakte, oudere of zieke dieren.
Bij een “klein” implantaat bestaat de mogelijkheid om, als het implantaat na 2 jaar is uitgewerkt, met een vrouwtje te fokken.
Nadelen van een implantaat:

Vrouwtjes kunnen na inbrengen van het implantaat gedurende één week loops worden. Dat is geen probleem voor deze dieren omdat het maar kort duurt.
Vrouwtjes die al loops zijn op het moment van implanteren, hebben meer kans op schijnzwangerschap. Dit ontstaat 1,5-2 maanden na het plaatsen van het implantaat en geeft ongewenst gedrag naar de hokgenoten. Deze vrouwtjes kunnen tijdens de schijnzwangerschap beter apart worden gezet. Er zijn goede medicijnen om de duur van de schijndracht te bekorten. De voorkeur gaat uit naar het implanteren van vrouwtjes VOOR de loopsheid.
U zult zelf op moeten letten of de chip is uitgewerkt. Of u laat preventief op tijd een nieuwe chip zetten.
Het is duurder.
Ons advies is:
Op dit moment wegen de voordelen van een implantaat op tegen de nadelen. Het advies is daarom het plaatsen van een implantaat bij alle intacte fretten.

Stel ons een vraag


Stel ons een vraag of maak een afspraak

info@dgcdenieuwehanze.nl