Ziektes van de fret


Oormijt

Oormijt (Otodectes cynotis) is een kleine parasiet die in grote aantallen als kleine torretjes in de oren van de fret kunnen rondkruipen. Ze kunnen bij de fret veel schade aanrichten die zelfs kan lijden tot het overlijden van de fret. Behandelen is absoluut noodzakelijk.
Oormijt is een veel voorkomende aandoening bij fretten. Vaak worden jonge fretten in het nest al geïnfecteerd door de moeder. De oormijt wordt daarnaast ook makkelijk via (kort) onderling contact tussen fretten overgebracht. De oormijt veroorzaakt een behoorlijke ontsteking van de gehoorgang. Fretten laten meestal slecht zien dat ze ziek zijn en dat geldt ook voor een oormijtinfectie. Sommige fretten laten zien dat ze jeuk aan hun oren hebben, schudden met hun kop, krabben aan hun oren of schuren met de kop over de grond.

Met het blote oog is aan de buitenkant van de oren niet zichtbaar of de fret wel of geen oormijt heeft. Het bruine of bruin/zwarte oorsmeer dat vaak in de oorschelp zichtbaar is zegt niets over de aanwezigheid van deze parasiet. Alleen met een otoscoop (oorkijker) kan de oormijt in de oren worden aangetoond. De mijten zijn dan als kleine beweeglijke speldenknopjes zichtbaar.

Oormijt is gemakkelijk te behandelen met het middel Stronghold® (selamectine). Dit medicijn is bij ons verkrijgbaar. Dit is een makkelijk toe te dienen pipetje dat leeggemaakt wordt op de huid in de nek. Het werkt een maand lang (normaliter lang genoeg om alle mijten die uit de eitjes komen te doden) en verspreidt zich via het huidvet. Het werkt ook tegen vlooien en wormen, hoewel deze laatste bij de fret vrijwel nooit voorkomen. Meestal is een eenmalige behandeling voldoende, echter bij een ernstige oormijt infectie moet een pipet toediening na een maand plaatsvinden.

Welke dosering moet ik geven?

Oormijtbehandeling :

Fretten 400 – 1300 gram        Een Stronghold® 15 mg. pipet. Herhalen na één maand
Fretten > 1300 gram                  Een een Stronghold® 30 mg. pipet (dubbele dosis !!). Herhalen na één maand.
Fretten < 400 gram                    Stronghold® dosering aanpassen volgens schema dierenarts
Jonge frettenpups                       Liefst pas behandelen als zwaarder dan 400 gram.

Aleutian Disease Virus

In 2005 bleek dat uit Nieuw Zeeland geïmporteerde fretten vrijwel allemaal besmet waren met het Aleutian Disease virus. Velen stierven op jonge leeftijd. Het virus kon zich in Nederland en de rest van Europa verspreiden doordat  de dieren pas na maanden (soms jaren) ziek werden. Op dit moment lijken er nog slechts enkele geïsoleerde fretten met deze aandoening in Nederland aanwezig.

De ziekte wordt veroorzaakt door het Aleutian Mink Disease Virus (ADV), dit is een Parvovirus dat de nerts, fret en andere marterachtigen kan infecteren. Het virus is in de verte verwant aan het honden en katten Parvovirus maar heeft een geheel andere structuur. Er zijn vijf nertsenstammen en tenminste drie frettenstammen geïsoleerd.

Het verloop van de ziekte

Er wordt algemeen aangenomen dat besmetting plaats vindt via direct en indirect contact met lichaamsvloeistoffen als bloed, speeksel, urine en ontlasting. Het is gebleken dat intensief contact nodig is om de ziekte te verspreiden. Het kan een aantal maanden tot wel een paar jaar duren voordat een fretje ziek kan worden na een besmetting met het Aleutian Disease virus. ADV veroorzaakt een enorme toename van antilichamen (afweer) in het bloed. Normaliter moeten deze antilichamen het virus onschadelijk maken maar om onbekende redenen doen zij dit niet. Deze antilichamen kunnen bij fretten “immuuncomplexen” vormen welke neerslaan in diverse organen ( o.a. nieren, lever, galwegen, ruggenmerg, maagdarmkanaal, bloedvaten en blaas). Hierdoor ontstaan ontstekingen in deze organen.

De symptomen

In Nederland werden de meeste  geïnfecteerde fretten (CIEP test positief) ook daadwerkelijk ziek maar de symptomen konden sterk variëren. De ziekteverschijnselen zijn sterk afhankelijk van de plaatsen in het lichaam waar de immuuncomplexen een ontsteking veroorzaken. Plotselinge sterfte van dieren in een goede conditie zonder voorafgaande ziekteverschijnselen is mogelijk.

De meeste fretten zijn echter al een tijdje ziek en vertonen in hoofdlijnen een van de twee volgende ziektebeelden:

Chronisch progressief verlopende ziekte waarbij het dier langzaam maar zeker steeds zieker wordt met verschijnselen als: gewichtsverlies, slechte vacht, lusteloosheid en slechte eetlust. Bloedarmoede en bloed in de ontlasting kunnen aanwezig zijn. De meeste fretten ontwikkelen uiteindelijk een slechte lever- en nierfunctie. Bij fretten met AD zijn tevens oogontsteking, longontsteking en hartproblemen mogelijk.

Neurologische problemen beginnend met zwakte of verlamming van de achterhand. Deze kan zich uitbreiden naar voren. Soms treedt herstel op van de neurologische symptomen.

Het is belangrijk om te beseffen dat bovenstaande symptomen ook heel goed bij andere ziekten van de fret aanwezig kunnen zijn. Het is daarom absoluut onmogelijk om op basis van louter de symptomen de diagnose te stellen!

De diagnose

Een definitieve diagnose is tijdens het leven niet te stellen. Er zijn wel verschillende testen beschikbaar die een sterke aanwijzing kunnen geven dat een fret is besmet met ADV:

Eiwit-elektroforese van bloed: sommige fretten met Aleutian Disease vertonen een stijging van een bepaalde eiwitfractie (gammaglobulinen) in het bloed.De CIEP (of CEP) test van bloed:deze Counterimmunoelectroforese test toont antilichamen aan tegen ADV in het bloed. De test is zeer betrouwbaar en wordt reeds jarenlang gebruikt voor de diagnostiek bij nertsen en fretten over de hele wereld

De behandeling

Er bestaat géén behandeling voor deze ziekte

Preventie

Er is geen vaccin beschikbaar. Fretten die positief zijn met de CIEP test kunnen het beste geïsoleerd worden.

Wanneer testen met de CIEP test?

Pups kunnen getest worden vanaf vanaf 4 maanden leeftijd

Bijnierproblemen

Bijnieren zijn twee kleine orgaantjes die vlak bij de nieren liggen, maar daar verder weinig mee te maken hebben. Ze produceren hormonen die belangrijk zijn voor de stofwisseling van het dier. Bij veel fretten vanaf 3 jaar leeftijd ontaarden de bijnieren. Deze ontaarde bijnieren zullen op een gegeven moment teveel geslachtshormonen produceren (androgenen, oestrogenen en progesteron). Deze overmaat aan hormonen maken het dier ziek.

Bij de meeste fretten wordt het bijnierprobleem in het beginstadium veroorzaakt door een goedaardige ontaarding. Bij enkele fretten kan zich hieruit uiteindelijk een kwaadaardige ontaarding (tumor) ontwikkelen.

Ziekteverschijnselen

In het begin van de ziekte komen de symptomen vaak in lichte mate alleen in de lente, zomer of herfst voor. Pas het volgende voorjaar komen ze weer terug en zijn dan duidelijker en meestal blijvend.

(in volgorde van frequentie van voorkomen):

  • Kaalheid wordt het meest waargenomen, meestal min of meer symmetrisch op de romp, kop of aan de poten. Fretten kunnen vrijwel helemaal kaal worden. Niet verwarren met het “kale staarten syndroom” in de zomer waarbij alleen de staart kaal wordt.
  • Droge, dunne vacht.
  • Jeuk, dit is een enkele keer het enige wat de eigenaar aan het fretje merkt. Veel fretten hebben regelmatig last van jeuk zonder dat er sprake is van een bijnierprobleem. Blijft de jeuk echter aanhouden of wordt deze steeds erger dan kan bij een oudere fret wel degelijk sprake zijn van een afwijkende bijnier.
  • Gezwollen vrouwelijk geslachtsorgaan bij een gesteriliseerd vrouwtje.
  • Sexueel gedrag bij gecastreerde of gesteriliseerde fretten. B.v. een mannetje dat weer gaat dekken of een vrouwtje dat gaat slepen met andere fretten.
  • Toegenomen lichaamsgeur. Door de geslachtshormonen neemt de vetsecretie van de huid toe.
  • Minder speels, meer slapen.
  • Gewichtsverlies
  • Moeite met plassen bij mannetjes. Door de hormonen wordt de prostaat vergroot en deze drukt het lumen van de plasbuis dicht. Dit is een levensgevaarlijke situatie. Ook dit kan soms het enige verschijnsel zijn.

Niet alle verschijnselen zijn bij elke fret waarneembaar. Het kaal worden valt wel het meeste op en is bij 60% van de fretten met een bijnierprobleem aanwezig.

De diagnose wordt gesteld aan de hand van de symptomen, een uitgebreide buikpalpatie (het betasten van de organen in de buik) en bloedonderzoek. Voor dierenartsen die minder bedreven zijn in het palperen van de buik kan een echo van de buik nodig zijn. Echter, de bijnieren zijn meestal zeer klein en kleine afwijkingen zijn niet goed zichtbaar met de echo. Ook kan de echo niet het verschil in hardheid en stevigheid aantonen wat ontstaat bij een beginnende afwijking.

Hoe komt het dat fretten last hebben van ontaarde bijnieren?

Er zijn aanwijzingen dat de hersenen (hypothalamus/hypofyse) bij het ouder wordende fretje hormonen gaan produceren die de bijnieren overmatig stimuleren. Door deze stimulatie gaan de bijnieren vervolgens te veel geslachtshormonen produceren. Deze overmaat aan geslachtshormonen maken het fretje ziek door hun inwerking op bijvoorbeeld de huid, geslachtsorganen, het beenmerg en de prostaat.
Aangezien de hormonen van de hersenen op beide bijnieren effect hebben, zijn meestal beide bijnieren aangetast. Vaak geven ze pas na elkaar problemen. Hierdoor zal na het verwijderen van een enkele bijnier bijvoorbeeld pas een jaar later de andere bijnier problemen gaan geven.

De oorzaak is helaas nog niet opgehelderd, maar er wordt wel onderzoek naar gedaan. De Universiteit van Utrecht bekijkt momenteel de rol van castratie/ sterilisatie van jonge fretten met betrekking tot het ontstaan van bijniertumoren.

Wat is de beste behandeling?

hormoonimplantaat: De beste behandeling van een bijnierprobleem is de (levenslange) behandeling met implantaten.

Het voorkomen van bijnierproblemen

Op dit moment loopt een onderzoek aan de Universiteit te Utrecht waar door middel van hormoonimplantaten jonge fretten zijn gecastreerd en gesteriliseerd. Het is te verwachten dat deze fretten later minder last krijgen van bijnierproblemen. Maar er is nog niets zeker en het onderzoek zal nog enige jaren duren.

Om bijnierproblemen te voorkomen is er ook de mogelijkheid om bij gezonde gecastreerde en gesteriliseerde fretten een implantaat te zetten vanaf de leeftijd van 5 à 6 jaar.

Dilatoire cardiomyopathie (DCM)


Dit is een hartaandoening die regelmatig voorkomt bij fretten vanaf middelbare leeftijd. Deze hartaandoening, ook wel congestieve cardiomyopathie genoemd, is een aandoening van de hartspier. De hartspier is niet meer in staat om voldoende effectief te kunnen samentrekken. Daardoor wordt het bloed niet goed genoeg rond gepompt en kan het zijn dat er bloed (vocht) in de longen, rond de longen of in de buikholte achterblijft.

Het eerste teken is meestal een verminderde activiteit. Sommige fretten eten slecht en verliezen gewicht. In een gevorderd stadium zijn de fretten vaak erg benauwd tengevolge van vocht in en om de longen. Soms hoesten deze fretten maar lang niet altijd. Een dikke buik met daarbij een toename in gewicht kan ontstaan indien er zich vocht ophoopt in de buikholte. De buik kan hierbij soms enorm in omvang toenemen

Hypertrofische cardiomyopathie (HCM)


Hierbij is de hartspier naar binnen toe verdikt. Uiteindelijk is hierbij onvoldoende ruimte in het hart om het bloed effectief rond te pompen. Een acuut optredende verlamming van de achterpoten of een enkele achterpoot kan ontstaan door een trombo-embolie. Bij deze hartpatiënten bestaat namelijk het risico op klontering van het bloed. Kleine stolsels kunnen vervolgens vastlopen in de nieren of de vertakkingen van de grote lichaamsslagader naar achteren. Daarnaast kunnen deze patiënten dezelfde symptomen vertonen als bij DCM.
De diagnose kan worden gesteld aan de hand van de symptomen, de hartauscultatie en een röntgenfoto van de borstholte in combinatie met een ECG (hartfilmpje) of een echoscopie van het hart.

De behandeling van hartproblemen

Het is belangrijk om te weten welke hartaandoening het fretje heeft. Het maakt namelijk uit voor de behandeling. Sommige medicijnen mogen NIET gebruikt bij de ene maar moeten juist WEL gebruikt worden bij de andere hartaandoening.

De schade aan het hart is onomkeerbaar en medicatie is dan ook levenslang. Fretten reageren over het algemeen erg goed op de behandeling met de juiste medicijnen. De behandeling van een hartprobleem bestaat uiteindelijk altijd uit een combinatie van meerdere medicijnen.

Insulinomen

Dit is een ziekte die regelmatig voorkomt bij fretten boven de leeftijd van 3 jaar. Insulinomen zijn kleine tumortjes van insuline producerende cellen in de alvleesklier. Insuline is een hormoon dat nodig is om het suiker (glucose) in het bloed beschikbaar te maken voor de lichaamscellen. Bij tumortjes van deze cellen in de alvleesklier wordt een te grote hoeveelheid insuline geproduceerd waardoor het suikergehalte in het bloed te laag wordt.

Je zou hier kunnen spreken van een “omgekeerde suikerziekte”. Bij suikerziekte is er namelijk een tekort aan insuline en bij insulinomen hebben we te maken met een teveel aan insuline.

De belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van insulinomen is naar de huidige inzichten een langdurige overstimulatie van de alvleeskliercellen door een overmaat aan suikers en koolhydraten in de voeding. Kattenvoer, maar ook de meeste frettenvoeders bevatten vaak teveel koolhydraten. Ook rozijntjes zitten vol (natuurlijke) suikers.

De ziekteverschijnselen
De eerste verschijnselen die in periodieke aanvallen voorkomen zijn:

  • Staren in de ruimte gedurende een paar seconden
  • Zwakte van de achterhand waardoor het achterlichaam kan omvallen.
  • Verminderde activiteit met veel slapen is een veel gehoorde klacht.
  • Gewichtsverlies komt regelmatig voor.
  • Moeilijk wakker worden na het slapen.
  • Speekselen en met de pootjes aan de bek krabben kan voorkomen

De periodes tussen de aanvallen kunnen dagen of weken duren. Echter naarmate de ziekte langer bestaat krijgen we te maken met:

  • Zeer sloom zijn, wat zich uit in het wel erg veel slapen.
  • Ernstige vermagering.
  • Toevallen, coma en sterfte.
  • Plotselinge sterfte zonder veel voorafgaande symptomen is mogelijk.

Het stellen van de diagnose

De diagnose is te stellen door na 4 uur vasten het bloedsuiker(glucose) te meten. Is het bloedsuiker te laag en heeft uw fret de ziekteverschijnselen dan is uw fret sterk verdacht van de aanwezigheid van insulinomen. Door uitsluiting van andere oorzaken van een laag bloedsuikergehalte kan de diagnose vervolgens met vrij grote zekerheid gesteld worden. De tumortjes zijn te klein om op een echo zichtbaar te maken.

De behandeling

Chirurgie: De beste behandeling bestaat uit het chirurgisch verwijderen van de kleine tumortjes in de alvleesklier . Toch is het zo dat een operatie het probleem niet geheel oplost. De operatie vermindert de progressie van de ziekte wel degelijk, maar op andere plaatsen in de alvleesklier ontstaan in de loop van de tijd weer opnieuw kleine tumortjes. In het gunstigste geval is uw fretje 2-3 jaar klachtenvrij. Maar een deel van de fretten hebben al eerder weer problemen waarna een medicinale therapie gestart wordt. De dosering van de medicamenten is dan gelukkig wel lager dan zonder chirurgie.

Medicinale behandeling: 

Er zijn medicijnen die het bloedsuikergehalte verhogen of die de insuline-afgifte remmen.
Deze medicijnen doen echter niets aan de groei van de tumoren. Nadeel van deze medicatie is dat ze bijwerkingen hebben en er steeds meer van gegeven moet worden. Regelmatig wordt het bloed gecontroleerd om de dosis aan te passen.

Voeding: Frequente eiwitrijke maaltijden zijn belangrijk.

Indien het bloedsuiker te laag wordt (een “hypo”) en het fretje duidelijk bovengenoemde verschijnselen gaat vertonen is het belangrijk om zo snel mogelijk suiker te geven. Dit kan het beste met behulp van druivensuiker in poedervorm. Het droge poeder van de druivensuiker kan met een theelepeltje in de bek worden gegeven en wordt door het mondslijmvlies opgenomen zodat uw fret niet hoeft te slikken.

Onder de leeftijd van 7 jaar is chirurgie de beste behandeling. Het diertje is dan weer langere tijd vrij van medicatie en is weer als vanouds. Indien na enige tijd de klachten weer terug komen wordt vervolgens een medicinale therapie gestart. Een combinatie van chirurgie, goede voeding en in een later stadium medicinale therapie geeft de beste overlevingskansen.

Lymfoom

Lymfoom is een tumoreuze zwelling van lymfatisch weefsel. Dat kunnen de lymfeklieren zijn maar ook het lymfatisch weefsel in de milt, lever of andere inwendige organen.Bij jonge fretten onder de leeftijd van 1-2 jaar heeft de ziekte vaak een snel verloop. De meest voorkomende vorm bij deze jonge dieren is “mediastinaal lymfoom” in de borstholte, waarbij de zwezerik snel groeit en door zijn grote volume de longen wegdrukt. Bij oudere dieren verloopt de ziekte meer chronisch. Over het algemeen worden hierbij de uit- en inwendige lymfeklieren en inwendige organen aangetast.

Bij jonge dieren met “mediastinaal lymfoom” ontstaat vaak een plotselinge benauwdheid, eventueel voorafgegaan door slecht eten, gewichtsverlies en luste­loosheid. Hoesten en het opbraken van voedsel kunnen eveneens optreden.

Bij oudere dieren hangen de klachten af van de organen die betrokken zijn bij deze ziekte. Aspecifieke, vage symptomen als slecht eten, vermageren en lusteloosheid zijn vaak aanwezig. Andere mogelijke symptomen zijn chronische diarree, braken, milde benauwdheid, geelzucht, zwakte in de achterhand.

De diagnose

Bij jonge dieren is röntgenologisch voorin de borstholte een massa zichtbaar die zich behoorlijk naar achteren kan uitbreiden. Een weefselcel onderzoek van een biopt met een dunne naald uit de borstholte is bewijzend.

Bij oudere dieren kunnen vergrote uit- en inwendige lymfeklieren voelbaar zijn. Röntgenfoto’s en een echo van de buik kunnen nadere informatie geven. Uiteindelijk geeft weefselonderzoek pas de juiste diagnose. Biopten met een dunne naald van deze vergrote lymfeklieren zijn niet op een goed te boordelen door de patholoog en kunnen makkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden. Beter is het om de lymfeklier in zijn geheel te verwijderen en op te sturen.

NB. Regelmatig worden fretten onterecht verdacht van lymfoom doordat ze vergrote lymfeklieren hebben of bijvoorbeeld een grote milt. Echter vergrote lymfeklieren komen ook voor bij ontstekingen in het gebied van die lymfeklieren en een grote milt is veel eerder een symptoom van (reactie op) problemen in de buikholte, dan van lymfoom!

De behandeling

De behandeling kan bestaan uit het verstrekken van corticosteroïden of chemotherapie. Met corticosteroïden wordt vaak een tijdelijk goed resultaat bereikt van diverse maanden tot soms meer dan een jaar. Chemotherapie vereist een intensieve begeleiding. Maar ook bij een behandeling met corticosteroiden is een goede begeleiding nodig vanwege de bijwerkingen van dit medicijn. Aanvullende medicatie en aangepaste voeding helpen om het fretje zich zo lang mogelijk goed te laten voelen.

Maagdarmaandoeningen

De meeste fretteneigenaren hebben wel een fret meegemaakt met afwijkende ontlasting, al dan niet langdurig. Ook plotselinge sterfte bij jong volwassen fretten heeft vaak te maken met een maagdarmprobleem.
Een van de belangrijkste maagdarmaandoeningen van de fret is de Helicobacter gastritis (= maagontsteking). Van daaruit kunnen diverse andere problemen van de spijsverteringsorganen ontstaan
Medicijnen als prednison en alle pijnstillers geven bij langer gebruik bijna altijd grote problemen doordat zij het maagdarm-slijmvlies beschadigen. Zij kunnen daarom beter slechts voorzichtig en in lage dosering worden gegeven. Een combinatie van deze twee medicijnen tegelijkertijd kan beter slechts in uiterste noodzaak bij de fret worden ingezet.
Sommige fretten hebben een verminderde of wisselende eetlust. Vaak is de activiteit van het diertje verminderd en is het minder speels. Soms ook is het fretje echter weer erg onrustig of hyperactief. Er zijn fretten die bijterig worden naar hun eigenaar of naar andere fretten. “Plat liggen” komt regelmatig voor, de fret zakt even door de poten tijdens het lopen en heeft een wat starende blik in zijn ogen. Hij heeft even buikpijn. Even later loopt hij weer door alsof er niets aan de hand is. Fretten braken niet gemakkelijk dus als ze braken dan is er meestal iets aan de hand.

Fretten met maagdarmproblemen hebben vaak afwijkende ontlasting. Deze kan breiig van consistentie zijn, te dun als koeienvlaai of zelfs waterdun. De ontlasting kan veel “zaadjes” bevatten ten gevolge van onvoldoende opname van voedingsstoffen. Soms is er slijm met eventueel rood bloed aanwezig. Vaak wordt er al dan niet tijdelijk een groene kleur gezien. Deze ontstaat als de ontlasting te snel door het darmkanaal gaat en is een teken dat de darmen “geïrriteerd” zijn. Als de ontlasting zwart, plakkerig en er als teer uitziet, betekend dat meestal een bloeding in het voorste deel van het maagdarmkanaal.

In de loop van de tijd valt het diertje langzaam maar zeker af en wordt de vacht dunner en dof. Vaak zijn er tekenen van misselijkheid. Vooral na het eten. Smakken, met de pootjes aan de bek krabben, speekselen en tandenknarsen zijn duidelijke misselijkheids tekenen. Ook aan lappen, tapijt of andere stoffen materiaal bijten kan een teken van misselijkheid zijn Sommige fretten hebben een dikke wat opgeblazen buik meestal gecombineerd met stinkende ontlasting.

Bij het klinisch onderzoek is het palperen (doorvoelen) van de buik van grote betekenis. Daarmee kunnen pijnlijke plekken in de buik opgespoord worden. Bij veel van deze fretten zijn de lymfeklieren in de buik vergroot. Deze klieren zijn de “opruimorganen” bij problemen in het maagdarmkanaal. Soms wordt een vergroting van deze lymfeklieren ten onrechte aangezien voor kanker in de buik. Bij veel van deze fretten is de milt vergroot. Hoewel de milt erg groot kan worden, gaat het hier meestal om een goedaardige vergroting, de milt reageert namelijk vooral op ontstekingen in de buik.

Met bloedonderzoek kan soms een verhoging van de ontstekingscellen aangetoond worden. Bij ernstige maagdarm klachten kan het protein-loosing syndroom optreden waarbij het eiwit gehalte in het bloed verlaagd is. Ook het aantal rode bloedcellen kan verlaagd zijn ten gevolge van bloedverlies via het maag-darmkanaal of vanwege een onvoldoende aanmaak bij langer bestaande problemen. De leverenzymen kunnen verhoogd zijn bij problemen met de lever.

Ontlastingonderzoek is nuttig om coccidiose en Giardia-infecties aan te tonen. Deze worden meestal alleen gezien bij jonge fretten en op plaatsen waar veel fretten bij elkaar worden gehouden. Een bacteriologisch onderzoek van de ontlasting kan soms ook nuttig zijn.

Op de röntgenfoto of met een echo kunnen vreemde voorwerpen in de maag (haarballen, stukjes rubber, oordopjes!) zichtbaar gemaakt worden. Ook kan het vermoeden op een obstructie in de darm meestal bevestigd worden.

Voor een definitieve diagnose van een langdurige maagdarmprobleem zijn meestal maag en/of darmbiopten nodig. Dat is uiteraard niet zo heel makkelijk te doen dus wordt er over het algemeen uitgegaan van een waarschijnlijkheidsdiagnose en daarvoor een behandeling ingezet. Indien de problemen blijven bestaan is een “kijkoperatie” vaak zinvol en kunnen maag- en darmbiopten worden genomen. Deze biopten worden vervolgens naar een patholoog opgestuurd die onder de microscoop de stukjes weefsel kan beoordelen en informatie geeft over het aanwezig zijn van bijvoorbeeld ontsteking of tumoren.

Specifieke maagdarmaandoeningen

De Helicobacter maagontsteking

Met een recent onderzoek onder Nederlandse fretten bleek dat bij 80% van de fretten de Helicobacter Mustelae bacterie in de maag kon worden aangetoond. Niet elke fret heeft veel last van deze infectie. Maar een maagzweer is een van de belangrijkste doodsoorzaken bij jonge fretten. Stress en verkeerde voeding zijn de belangrijkst predisponerende factoren.
Vreemd voorwerp in het maagdarmkanaal

Jonge fretten onder de leeftijd van 1 jaar kauwen nogal eens op allerlei zacht materiaal zoals zacht rubber, zacht plastic en latex. Stukjes hiervan worden dan doorgeslikt en komen in de maag. Deze kunnen soms maanden in de maag blijven zitten. Bij oudere fretten zijn het vaak haarballen die zich in de maag vormen door het likken aan de vacht. De symptomen die deze fretten vertonen zijn vaak vaag. Pas als het voorwerp vastloopt in het (veel dunnere) darmkanaal is het fretje acuut ziek met hevige buikpijn en uitdroging. Vaak sterft het fretje binnen 2 dagen als er niet op tijd wordt ingegrepen. De behandeling varieert van laxeren tot direct chirurgisch ingrijpen.

Darmontsteking

Een darmontsteking kan veroorzaakt worden door diverse virussen, bacteriën, protozoen, voedsel intolerantie en oorzaken die niet altijd te achterhalen zijn. De ontlasting kan bekeken worden onder de microscoop of worden opgestuurd naar het laboratorium voor een bacteriologisch onderzoek (een kweek).

Recent is aangetoond dat in Nederland het Coronavirus op grote schaal voorkomt. Dit virus is in Amerika ook bekend en veroorzaakt daar E.C.E. (Epizootic Catarrhal Enteritis) ook wel “Groene-slijm ziekte” genoemd. Het virus is zeer besmettelijk. De besmetting gebeurt via contact met ontlasting van een ziek dier. Het verloop van de ziekte is afhankelijk van de lichaamsconditie van het fretje. Jonge gezonde fretten hebben vaak slechts een aantal dagen diarree. Jonge pups, oudere fretten of fretten met al chronische maagdarmproblemen of andere aandoeningen kunnen ernstig ziek worden.

Coccidiose en een Giardia infectie worden veroorzaakt door een parasiet in de darmen. Vooral jonge fretjes kunnen hier behoorlijk ziek van zijn. Oudere fretten hebben meestal geen problemen met coccidiose en kunnen met hun eigen afweer de infectie genezen. Echter fretten die al een afwijkend darmkanaal hebben door bijvoorbeeld een Coronavirus infectie kunnen wel problemen hebben om van deze infectie af te komen en kunnen beter behandeld worden. Met behulp van ontlasting onderzoek is de ziekte eenvoudig aan te tonen.

Eosinofiele maag-darmontsteking

Fretten zijn strikte vleeseters toch geven wij in onze voeding vaak veel plantaardige eiwitten zoals granen. Bij sommige fretten reageert het maagdarmkanaal hierop met de productie van bepaalde specifieke (eosinofiele) ontstekingscellen. Deze fretten kunnen chronisch diarree met of zonder slijm en bloed vertonen in combinatie met gewichtsverlies. De diagnose is pas te stellen na een biopt van de maag of de darm. Corticosteroïden kunnen soms tijdelijk helpen maar een correctie van het voer is belangrijker.

Tumoren

Tumoren uitgaande van het maagdarmkanaal komen niet vaak voor

Behandeling van maagdarmproblemen

De behandeling hangt af van de oorzaak van de aandoening. Langdurige problemen vergen veel onderzoek en vaak een langdurige behandeling. Daarnaast is het belangrijk de oorzakelijke factoren aan te pakken.